bomen - Paradijs

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

De Bomen

In de tuin van Moeras tot Paradijs hebben tientallen bomen een plekje gevonden. Enkele bomen lichten we er even speciaal voor u uit. We voegen ook een stukje geschiedenis van deze bomen toe.

De Honingboom


Ook de honingboom (Styphnolobium japonicum) is een vreemdeling, die hier vaak gedachteloos is aangeplant omdat hij het zo goed doet als opvulling van saaie brede straten en kale parken. Van nature komt hij voor in oost-Aziatische landen als China, Korea, Thailand en Japan. In het laatste land wordt hij gebruikt als tempelboom en begraafplaatsboom. Die laatste combinatie tussen gif en de dood hebben we bij de taxus (Taxus baccata) al eens eerder gezien. Als hij erg zijn best doet kan de honingboom wel 20 meter hoog worden. Het eerste deel van zijn wetenschappelijke naam, Styphnolobium, is uiteindelijk een combinatiewoord uit het Grieks: styphno is 'ruw' en lobium komt van lobus dat 'peul' betekent. Samen is dat dus een ruwe peul. Dat klopt. Het tweede deel, japonicum, vertelt ons dat de boom oorspronkelijk uit - onder andere - Japan afkomstig is. De honingboom is een niet zo ver familielid van de gouden regen (Laburnum anagyroides) en deelt een aantal gevaarlijke alkaloïden met die plant. Zaden, bladeren en bloemknoppen bevatten een keur aan glycociden, quercetine (rutine) en alkaloïden. 
Veel van die stofjes hebben specifieke namen gekregen, zoals sophoricoside en sophorine. Maar een aantal zijn zoals gezegd gelijk aan die van de gouden regen: anagyrine, cytosine, methylciticine, matricine en spartaceine.Die giftige stoffen hebben dus een aantal vervelende gevolgen want het is bijvoorbeeld abortusopwekkend. Een brouwsel wordt op de Filippijnen voorgeschreven als een opwekker van menstruatie en om keelklachten te behandelen. Ook wordt het gebruikt als een pijlgif. Vroeger werd er uit de honingboom een gele kleurstof gewonnen en die was zeer gewild in de batik- en zijde-industrie.

Magnolia


Het inspirerende verhaal van de Magnolia boom 
De Magnolia is genoemd naar Pierre Magnol (1638-1715), hoogleraar in de medicijnen en botanie te Montpellier. De Nederlandse naam voor Magnolia is tulpenboom, omdat de bekervormige bloem wel op een tulp lijkt.

Pre historische schoonheid 
Het geslacht Magnolia is van de nog bestaande bloemplanten de oudst bekende soort. Archeologen hebben een fossiele magnolia gevonden van ongeveer 20 miljoen jaar oud. Magnolia’s hebben dan ook enkele primitieve kenmerken, zoals grote bloemen aan het eind van de takken en gedurende de winter zijn de knoppen van de magnolia beschermd door een grijs-bruin, vilten mutsje.

Duurzaam talent 
In 1982 werd in Japan een zeer oude nederzetting opgegraven, naar schatting 2000 jaar oud. De boerenbevolking bewaarde hun oogst in putten. In een van die putten werden nog wat rijstkorrels gevonden. Deze zaden waren zwart en hadden geen kiemkracht meer. 

Er was echter één ander zaadje gevonden. Dit zaadje kiemde wel en er groeide een plant uit. Er was geen enkele twijfel over; het betrof een Magnolia kobus. Elf jaar later bloeide de plant voor het eerst, met dertig prachtige bloemen. De bloem week iets af van de bestaande Magnolia kobus. In plaats van de gebruikelijk zes kroonbladen had dit exemplaar er acht. De erfelijke eigenschappen waren van een oude soort, die eigenlijk verdwenen was.

U begrijpt dat wetenschappers de ontwikkeling van deze plant nauwlettend volgen. Het is dan ook heel bijzonder, zo’n zaadje dat na 2000 jaar slapen tot bloei komt.Het talent van de Magnolia is om een prachtige schoonheid te laten zien. En deze schoonheid is niet tijdgebonden maar wel afhankelijk van de condities. Talent vergrijst niet, zelfs niet na 2000 jaar. Deze magnoliaboom opent (in het seizoen) iedere dag een nieuwe bloem.


Koelruit


Koelreuteria panaculata 
De Nederlandse naam voor Koelreuteria paniculata is koelruit of blazenboom. Oorspronkelijk komt deze boom in het noorden van China in het wild voor. De Engelse benamingen verwijzen hier naar: Chinese rain tree, China tree. De eerste exemplaren werden als zaden door Engelse plant hunters meegenomen en hebben daarna hun weg over geheel Europa gevonden.

Blad
Het blad is geveerd, ook wel samengesteld genoemd. Er verschijnen dus reeksen kleine blaadjes aan één bladsteel. Elk blaadje is op zich ook nog eens op een aparte manier gekarteld. Het blad ziet er derhalve zeer decoratief uit, wat in de herfst nog eens versterkt wordt door de fraaie, gele kleur. In het voorjaar hebben de knoppen en ook het blad bij het uitlopen een roodachtige kleur, die echter al snel naar lichtgroen verkleurt - soms voorzien van een grijzige waas.


Het dubbel geveerde blad


Het blaasvormig blad

Groeivorm
Doordat de bladeren op gelijke afstand aan de takken verschijnen, zorgen ze ervoor, dat ook de kroon van de boom een regelmatige vorm bezit: het heeft wel iets weg van een grote paraplu. Omdat het blad echter klein is en gemakkelijk gefilterd licht doorlaat, kan er ook onder de boom nog het nodige worden aangeplant.

Bloemen 
Die verschijnen voor een boom op een onverwacht moment: in het midden van de zomer, soms zelfs nog wat later. Grote pluimen met gele bloempjes zorgen voor een vrolijke noot op een moment, waarop er verder in de tuin niet al te veel meer in bloei staat, want er zijn maar weinig bomen die in juli of augustus bloeien. Deze door weinigen verwachte bloei zorgt daarom voor een opvallend moment in de tuin. De gele bloemen worden opgevolgd door blaasvormige zaden, die dikwijls naar rood verkleuren en de plant daarom ook in het najaar nog een aantrekkelijk accent geven.



Esdoorns hebben een grote sierwaarde. Vooral de herfstkleuren van de esdoorns zijn bekend (denk aan de 'Maple Leaf', het esdoornblad in de Canadese vlag). Deze zeer fraaie herfstkleuren zijn beperkt tot slechts enkele soorten. Omdat de esdoorn een snel groeiende boom is, die ook na snoeien weer snel doorgroeit, is hij ook wel geschikt voor het vormen van hagen. Als jonge esdoorns, die in de nabijheid van esdoorns meestal wel te vinden zijn, dicht naast elkaar geplant worden, vormt zich een moeilijk doordringbare, decoratieve heg. Enig nadeel is, dat hij 's winters kaal wordt, en dan niet zichtdicht is.

Verder wordt uit esdoorns (vooral de suikeresdoorn) ook stroop gemaakt (ahornsiroop of esdoornsiroop).

Hortensia

Op de foto ziet u ook een prachtige hortensia.
De hortensia was de plant, die vroeger vele boerenerven sierde. Nu staat de plant, met de wetenschappelijke naam Hydrangea en met zijn vele soorten en variëteiten, weer volop in de belangstelling.


De Hydrangea is gemakkelijk in stand te houden. Ze zijn niet veeleisend ten aanzien van de grondsoort. Het enige wat ze verlangen is voldoende water. Ze hebben vrijwel geen last van ziektes en plagen en de planten zijn goed winterhard. Bloemknoppen kunnen van late nachtvorst te lijden hebben, maar veelal maakt de plant weer nieuwe knoppen aan. Ook de voeding is weinig ingewikkeld: in het voorjaar meststof toedienen. Sommige soorten kan men snoeien, maar dat is geen noodzaak. De meeste soorten kan men het best ongemoeid laten doorgroeien.

In de volksmond heeft de Hydrangea de naam Hortensia gekregen. De oorsprong van de niet wetenschappelijke naam hortensia is onduidelijk en er zijn veel verklaringen voor gegeven, die niet allemaal op waarheid kunnen berusten.
De Fransman Philibert Commerson introduceerde rond 1770 vele soorten van deze plant in Europa. Men neemt algemeen aan dat hij de naam "Hortensia" als eerste heeft gebruikt. Een van de verklaringen voor de naamgeving is, dat hij een plant, die hij ontdekte in het huidige Indonesië.
Die hij vernoemde naar Hortense, de dochter van de prins van Nassau, met wie hij eerder was teruggekeerd van een botanische expeditie. Anderen beweren dat de naam "Hortensia" voortkomt uit een vrije vertaling uit het Latijn van "uit de tuin". Het Latijnse hortus betekent "tuin". Commerson vond planten in de tuin van de koning van Mauritius, een eiland ten oosten van Afrika, en zond deze naar Parijs. Een van die planten "uit de tuin" van de koning zou hij "Hortensia" genoemd hebben.

Alnus glutinosa imperialus


Alnus glutinosa imperialus 
Acht van deze prachtbomen sieren de oprijlaan naar het landhuis van de familie van der Weijden.
Alnus glutinosa 'Imperialis' is een bladverliezende boom met een conische gewoonte. Het blad is afwisselend, midden groen en diep liervormig en gelobd. De eenhuizig bloeiwijze heeft de vorm van wind bestoven katjes, die van de mannetjes zijn slank, hangend, en paars van kleur en van het vrouwtje stout, klein en conus-als in uiterlijk. In de winter worden de aanhoudende donkerbruine vruchtkegels (geopend vruchten) bewaard aan de bomen, deze lijken op miniatuur dennenappels. 
A, glutinosa 'Imperialis', algemeen bekend als de Cut verlaten Alder en soms ook wel een Alder "Imperialis 'wordt verondersteld het eerst te zijn gegroeid in 1859 uit een selectie van Alnus glutinosa' laciniata 'ergens in Frankrijk. 
Alnus is de oude Latijnse naam van de Alder boom. G lutinosa ook afgeleid van 'sticky' van de Latijnse betekenis. 

Alnus glutinosa 'Imperialis' 
Deze plant kan buitengewoon nuttig zijn om de landschapsarchitect bij de behandeling van stukken met slechte natte bodemomstandigheden of voor landaanwinning. Deze boom is ook nuttig in de stedelijke gebied, doordat hij erg tolerant is voor de verontreiniging. 
Deze plant zal bijna elke bodemgesteldheid tolereren, maar gelukkig zijn in zure, neutrale of alkalische pH-niveau, of in leem, zand, klei, maar vermijd zeer kalkrijke bodems. Hij zal ook gedijen in slecht gedraineerde bodems. 

De Royal Horticultural Society hebben deze boom hun prestigieuze "Award of Garden Merit" gegeven.

Salix vitellina var. pendula

Haagbeuk


Deze haagbeuk is vijftig jaar oud en doordat hij nooit gesnoeid is, is deze uitgegroeit tot een reusachtige boom.
De haagbeuk, oftwel de Carpinus Betulus, is een boom die doorgaans 15 tot 25 meter hoog wordt. Hij wordt ook wel de steenbeuk genoemd, of wielboom of jukbeuk. Hij behoort tot de de berkenfamilie (de Betulaceae). Hij staat graag op vochtige, voedselrijke en kalkrijke bodems. Haagbeuken worden vaak aangeplant als laanboom of als haag. Een groot voordeel daarbij is namelijk de goede verdraagzaamheid van snoei. De naam haagbeuk duidt dus al op het gebruik voor heg- en haagbeplanting. Door regelmatige snoei, ontwikkelt zich geen kroon en kan er geen dikke stam ontstaan. In tegenstelling tot de beuk, verliest de haagbeuk in de herfst zijn bladeren.

Sierpeer

Pyrus Salicifolia Pendula of te wel de Treur Sierpeer Winterhard. Is een opvallende verschijning. Niet alleen door de witte bloei.
De witte bloemen verschijnen in maart/april, gelijktijdig met het verschijnen van de bladeren, gevolgd door 2 tot 3 cm lange vruchten. De takken zijn dun en afhangend en bezet met smalle, lange grijsviltige bladeren. De smalle blaadjes zijn circa 9cm lang. Prachtige kleine boom en is een trage groeier .
Elk voorjaar organische mest rond de basis van de boom uitstrooien.

Na de bloemen komen de peervormige vruchten 3 tot 6 cm lang




De witte bloemen verschijnen in maart/april

Moerbei

De zwarte moerbei is afkomstig uit Iran en Armenië, waar men hem nog steeds vindt in heuvelachtige en vlakke streken. Sinds de Middeleeuwen en door de toenmalige handel tussen Noord- en Zuid- Europa is hij in onze contreien ingevoerd. De moerbeiboom wordt aangetroffen als alleenstaande boom in oude klooster- en kasteeltuinen. De bloemen zijn eenslachtig en klein. De mannelijke staan in ronde katjes en vallen na de bloei af. De vrouwelijke staan in min of meer verlengde katjes. De bloemen zijn groenachtig, april-mei. Er zijn moerbeibomen die alleen mannelijke bloemen dragen en dus onvruchtbaar zijn. De vruchten zijn verzamelvruchten (schijnvruchten) en gelijken op een grote framboos of braam, doch ze zijn 2 &agrave 3 cm langer. Ze zitten vast aan een korte steel en worden gevormd door een bloemdek van schutbladeren dat na de bloei vlezig wordt en rijpt van juli tot september. Ze zijn eerst groen, kleuren dan rood en worden bij volledige rijpheid zwart.De smaak van een rijpe moerbei is uitzonderlijk zuurzoet en aromatisch. Het is werkelijk een vrucht met een fijne smaak. De vruchten zijn zeer zacht zodat ze bij de minste aanraking hun sap verliezen en op vingers en kleren rode vlekken achterlaten die moeilijk te verwijderen zijn.
De moerbeiboom groeit langzaam en geeft meestal pas vruchten na 6 - 8 (10) jaar. De bomen kunnen heel oud worden (100 jaar en meer), mits de gepaste groeiomstandigheden. Men kan gezaaide en gestekte planten kopen, maar soms ook bomen die geënt zijn op de onderstam Morus alba (witte moerbei). Bij de geënte bomen moet men regelmatig de wildopslag verwijderen. In rusttoestand is een Morus nigra winterhard tot -20 °C.




Parrotia persica

Parrotia persica (Perzische Ironwood Boom) is een bladverliezende boom 
Hij groeit tot 30 m lang en 8 tot 15 m breed, met een stam tot 150 cm diameter. De bast is glad, roze-bruin schilfering / peeling aan kaneel, roze, groen, en licht gele vlekken op een vergelijkbare manier te verlaten vliegtuig bomen. De bladeren zijn afwisselend, eivormig, vaak wat onevenwichtige, 6-15 cm lang en 4-10 cm doorsnede, met een golvende bladrand, ze zijn glanzend groen, het draaien van een rijke paars naar rood in de herfst schitterende kleuren. 
De bloemen zijn enigszins vergelijkbaar met toverhazelaar bloemen, maar donker rood, maar verschillen doordat ze slechts vier afgeronde kelkbladeren zonder bloembladeren hebben, de meeldraden zijn echter vrij opvallend, de vorming van een dichte rode cluster 3 -4 mm over te brengen. De vrucht is een twee-delige capsule met twee zaadjes , een in elke helft.


Parrotia persica (Perzische Ironwood Boom) is een bladverliezende boom

Hier links
De ontluikende Parrotia bloem


Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu